Oriëntatie

Consumeren

Wereldeconomie

Als je over economie praat moet je bij het begin beginnen. En dat was de doe-het-zelf economie. In de oertijd was iedere mens consument en producent. Toen we taken gingen verdelen (onze wereld was een dorp) hebben we de rollen verdeeld in consument en producent. De een ging huizen bouwen, de andere zorgde voor de landbouw of werd medicijnman. Dit noemen we de ruileconomie.

Pas toen het meer en meer een wereldeconomie werd moesten de contacten tussen consumenten en producenten verzorgd worden door aparte mensen voor het handelsverkeer en het geldverkeer. Ook al lijkt het ingewikkeld, zo eenvoudig is nog steeds de basisstructuur van de wereldeconomie.

Een stap verder is de indeling in 3 geldstromen, 7 handelsvragen en 12 producenten / dienstverleners. Daarna wordt het alleen ingewikkelder als we mee gaan denken over nieuwe ontwikkelingen (de handelsvragen). En we hebben als consument dan alleen te maken met een goede vraagstelling. Van de producent / dienstverlener hopen we het gewenste product of de gewenste dienst te ontvangen. In plaats van vraag en aanbod hebben we het dan over een Economie van vraag en antwoord.

Consument

Met zes miljard andere mensen denk je vaak dat je als enkeling weinig kunt veranderen in de wereld. Er is echter niemand die daar meer invloed op heeft dan de consument zelf! Want elke keer dat je een besluit neemt beginnen euro's aan een nieuwe route! Welke boer gaat voor mij het land inzaaien? Welke arts, onderwijzer of architect vraag ik om voor mij aan het werk te gaan? 'Wie betaalt die bepaalt' geldt dus voor alle dagelijkse of maandelijkse uitgaven! In een economie van vraag en antwoord kun je dus ook alleen goede antwoorden verwachten als je goede vragen stelt.

Vanaf de twintigste eeuw zijn consumenten steeds meer bewust geworden dat ze vrij zijn in hun keuzes, maar ook verantwoordelijk. Teveel naar lage prijzen kijken was vaak de oorzaak voor vele milieuproblemen. Maar nu wordt er steeds meer op kwaliteit gelet en is men ook meer bereid de daarbij behorende prijs te betalen. Maar kwaliteit is er niet zomaar. Het moet steeds verder ontwikkeld, maar ook behoed en gecontroleerd worden. En dat geldt voor alle werkgebieden (levensbehoeften) De Vrije Consumenten Vereniging wil een platform zijn om daarover met elkaar van gedachten te wisselen en van elkaars ervaringen te leren.

Geldstromen

Onze uitgaven kunnen in drie richtingen gaan. Oftewel naar het verleden (spenderen / kopen van producten die al gereed zijn), of naar het heden (sparen / investeren), of naar toekomstige producten en producenten (subsidieren / schenken aan wetenschap en onderwijs).
Vooral bij wetenschap en onderwijs kunnen we het bijzondere karakter van subsidieren herkennen en de werking ervan inzien. Financiering van wetenschap en onderwijs bieden namelijk een meerwaarde voor ons geld. We gebruiken het dan voor nieuwe creativiteit die meer welvaart kan opleveren. Voor nieuwe ideeen en vormgeving, of voor meer efficiency en dus goedkopere producten.

Kopen we dus iets omdat we het nu nodig hebben? Of betalen we mee aan onze toekomst of aan de toekomst van onze kinderen? Hier ligt dus telkens de beslissingsmacht van de consument. En elke euro begint pas aan zijn volgende route als wij een beslissing nemen. In ons huishoudboekje of op onze bankafschriften zien we tenslotte van maand tot maand wat we besloten, werkelijk gewild hebben. Geld is de spiegel van onze besluitvorming.

Handelsoverleg

inds enkele decennia is het overleg tussen consument en producent / dienstverlener pas echt op gang gekomen. In alle consumentenorganisaties kunnen we tegenwoordig onze stem laten horen, onze vragen stellen. Omgekeerde marketing dus! In dat overleg gaat het steeds over zeven handelsaspecten. Kwaliteit (de belangrijkste), kwantiteit (hoeveelheid), prijs, garantie, betaling, levering (verpakking bijvoorbeeld) en tenslotte gebruiksvoorschriften (hoe ga je er mee om tot en met recycling).

Voor onze belangenbehartiging op lange termijn is dus niet alleen belangrijk om geinformeerd of zelfs abonnee te zijn, maar ook lid te zijn van de betreffende consumentenorganisatie die voor ons het woord voert in het consument-producent. Regelmatig dus en niet alleen als er problemen zijn. Een jaarverslag en een open dag zijn dan voldoende om op de hoogte te blijven. En telkens weer enthousiast te worden voor het besef dat je zelf consument-opdrachtgever bent (of zelfs aandeelhouder)!

Produkten/diensten

Uitgaande van de twaalf levensbehoeften hebben we als consument te maken met twaalf producenten / dienstverleners. We hoeven dus ook maar twaalf informatiestromen en geldstromen te volgen of langs twaalf soorten consumentenorganisaties te surfen. Hoeveel woorden of omschrijvingen we ook dagelijks tegenkomen, ze kunnen ons niet in verwarring brengen waar het om gaat. Voor de gebruikte omschrijvingen in ons zoeksysteem zijn ook andere uitdrukkingen te vinden, maar gaat het meer om de praktijk die we tegenkomen. Bijvoorbeeld dat onze voeding te maken heeft met de landbouw als geheel. De landbouwers die gewassen telen voor voeding en kleding, die omgaan met de natuur en daar ook het meest te maken hebben met alle milieukwesties (die onze voeding weer beinvloeden). Zo wijst de praktijk ons ook de weg in alle andere werkgebieden.

Levensbehoeften

  1. RL Religie / levensbeschouwing / mensbeeld
  2. KU Kunst / cultuur / theater / expositie
  3. WE Wetenschap / onderzoek / ontwikkeling
  4. ON Onderwijs / opvoeding / studie / cursussen
  5. ME Medische zorg / verpleging / fitness
  6. VO Voeding / kleding / natuur / milieu
  7. HU Huisvesting / interieur / materialen
  8. MI Middelen (geld) / gereedschappen / energie
  9. VV Vervoer / reizen
  10. CO Communicatie / krant / tv / telefoon / internet
  11. RE Rechtsleven / politiek / internationale betrekkingen
  12. VE Verenging / hobby / sport / consumentenorganisaties